Sander

Sander Genuit                      05-03-1989 / 04-09-2007

Screen shot 2010-03-14 at 1.58.18 AM

Sander is van 2000 tot 2005 met FOK Kampen meegeweest. Drie keer met FOK 3  en drie keer met FOK 2

Ook is Sander meegeweest met FOK-3, één van de laatste vakantiekampen die door de stichting FOK georganiseerd konden worden. (Na 2005 is dit helaas niet meer mogelijk vanwege het segregatiebeleid en de nieuwe medische kennis)
Als herinnering aan dit laatste kamp, maar eigenlijk ook alle voorgaande is er een boekje gemaakt met alle deelnemers. Ook Sander staat in dit boekje, waarin ook de volgende tekst over hem staat:

Is het Fokke of is het Sukke? Droge humor is hem in ieder geval niet vreemd.
Graag haalt hij gevatte geintjes uit met de leiding. Nadat hij Bart opgesloten had in zijn kamer (met touw van Hans), hielp hij mee met de wraakpoging.

Aangezien Hans en pijp onafscheidelijk waren, hoefde Sander niet lang over het plan na te denken. De pijp werd gestolen en in de kapel (Boxmeer) opgehangen. Helaas had Hans ook een reserve-pijp en moest het tabak ook nog opgehangen worden.

Sander kijkt met veel plezier terug op de bonte avonden en de voorbereidingen. Dit gaat hij zeker missen.
onderstaand verhaal is door Rebecca ingestuurd voor op Sander’s sterrenpagina;

Sander’s favoriete oorlogsverhaal.

Het was voorjaar 2007 toen Sander pardoes in mijn tuin zat, ik deel mijn tuin met anderen moet u weten. Ik dacht, wat zit daar nu in mijn tuin, op mijn bankjes waar ik net mijn avondeten wil nuttigen? Dat werd dus de eerste kennismaking met Sander.

Nu ben ik niet op mijn mondje gevallen en bedacht ik me dat hij wel op mijn bankje kon zitten maar het was natuurlijk mijn bankje en ik ging me niet laten wegjagen. Dus ik pakte mijn bord en liep naar buiten en vroeg, ‘wie ben jij?’ Sander, totaal niet onder de indruk keek mij aan en zei ‘Sander’ en ging vervolgens gewoon verder met een beetje voor zich uitkijken. Ik dacht meteen, wat een brutaal joch… Maar toch wilde ik op dat bankje zitten, dus ik zeg ‘Jij zit op mijn bankje’ Daar was Sander ook niet van onder de indruk en hij liet mij weten dat als ik daar ook wilde zitten ik ernaast kon komen. Op mijn bankje wel te verstaan.

Omdat ik geen zin en geen tijd had om te ruzieen, mijn eten werd immers koud ging ik er maar gewoon naast zitten. Ik at rustig mijn eten en vroeg me af wie dit rare figuur was die hier op mijn bankje zat. Toen ik klaar was met eten wilde ik net even een sigaret opsteken (weet ik, hele slechte gewoonte) toen mij Sander’s zuurstof tank opmerkte. Ik dacht ‘oeps, gaat dit wel goed?’. Nu vond ik Sander wel brutaal maar mij ontbreekt het over het algemeen ook aan tact dus ik stoot hem aan en zeg ‘Zeg, als ik nu een sigaret opsteek, komt er dan een explosie en vliegt dan de hele tuin in de fik?’ Sander gaf me te kennen dat dat eigenlijk best cool zou zijn. De vriendschap was geboren.

Sander begon een beetje te praten en via de explosie van de zuurstof tank kwamen we op andere bommen, voordat we er erg in hadden was ik hem aan het uitleggen hoe je een SCUT raket op de juiste lokatie krijgt. Sander en ik bleken een passie te delen: militaire strategie. Het bleek dat Sander op bezoek was bij mijn buren waar ik dus de tuin mee deel en die kwamen er even bij zitten. Niet gelukkig gekozen voor hen want Sander en ik spraken vijf uur lang alleen over bommen, oorlog, tanks en militaire geschiedenis. Mijn buren werden er helemaal naar van……

Nu vond Sander het prachtig om al die verhalen te horen, hij bleef maar roepen ‘vertel een over dit en vertel eens over dat’ Een van de verhalen die ik Sander op onze eerste ontmoeting vertelde maakte blijkbaar veel indruk op hem want elke keer daarna dat ik hem zag moest ik dat verhaal weer vertellen. Bij deze dus: het verhaal van de duif.

We zitten in 1916 tijdens de Eerste Wereld Oorlog in Noord Frankrijk bij de slag aan de Somme, dit ligt bij het plaatsje Arras. Er waren daar in juli vreselijke gevechten. De Duitsers hadden Belgie al bezet en waren bezig Frankrijk te veroveren. De rivier de Somme was daarin heel erg belangrijk want als je daarover heen was dan kon je bijna gewoon doormarcheren naar Parijs (in die tijd voerde je oorlog te voet)  Je moet je dan voorstellen dat die Fransen geholpen door de Britten en de Indiers die toen nog een Britse Kolonie waren  ten noorden van de Somme stonden en die Duitsers ook. Allebei met een front en daar tussen in een stuk niemandsland van ongeveer een kilometer. Het is dus niet zo als in films dat er aan weerszijden van de rivier een leger staat, je wilt die rivier net beschermen.

Nu moet u weten dat oorlog voeren toen een stuk langzamer ging als nu, de maatschappij draaide minder snel. Op dat moment bestonden er nog geen walkie-talkies of mobiele telefoons dus om berichten naar elkaar de sturen moest je elkaar bellen via een telefoon die echt nog via kabels met elkaar verbonden waren. Nou hoe werkt dat dan, voordat er een slag begint krijgen beide legers eerst nog even de tijd om kabels over het niemandsland te leggen en om zo de communicatielijnen te kunnen gebruiken. Er rende dus iemand heen en weer van zijn eigen leger naar het vijandige legen om even een kabeltje te leggen, zeg maar. Tegenwoordig klinkt dit natuurlijk vreemd maar een verassingsaanval was toen nog niet iets dat vaak voorkwam. Daarna kon je dan beginnen met schieten en je kanonnen gereed brengen (die werden toen nog gebruikt, tanks werden pas een jaar later voor het eerst ingezet) en de eerste linie vooruit sturen om te vechten. Nu bleek dit systeem bijzonder slecht te werken, die kabels lagen daar in niemandsland en meestal bij het afschieten van het eerste kanon werd die kabel verwoest en kon je dus nog steeds niet bellen. Dat was een groot probleem want oorlog draait voor een groot deel om communicatie. Wat deed je dan, je stuurde een postduif.

Om niemand te vervelen met allerlei militair tactische details en om tot de kern van het verhaal te komen, het gaat hier om een specifieke duif.

Deze duif was door de Belgen naar de Fransen gestuurd, over het Duitse leger heen zeg maar om zo de plannen van de Duitsers te onthullen. Dus die duif die vliegt daar eerst over Zuid Belgie en over het front van het Duitse leger. Maar voordat hij over niemandsland kon vliegen gebeurde er iets naars.

In die tijd was het gebruikelijk om tijdens een oorlog gifgas te gebruiken, eerst chloorgas en later mosterdgas. Dat kon nog niet met een raket want dat bestond nog niet maar dat ging gewoon met een ton met gas, drie soldaten moesten die ton dan naar het midden van niemandsland brengen en die ton opendraaien zodat het gas eruit kon. Je moest dan natuurlijk wel opletten dat de wind de goede kant uit stond want anders ging het gif naar je eigen leger en dat is natuurlijk niet handig. Die soldaten die die ton open moesten maken waren niet zo fortuinlijk want in die tijd maakte men wel gasmaskers maar die waren van leer en daar had je dus niets aan.

Om terug te komen op die duif, die moest dus over dat niemandsland vliegen naar het Franse leger om dus daar de boodschap af te leveren maar dat gas was al in de lucht. Die duif had dit gas moeten zien aankomen maar besloot blijkbaar om toch door te vliegen. Dat beestje vloog dus twee kilometer door een zware militaire aanval, de kogels vlogen hem (of haar) om het hoofd maar het grootste probleem was het gas.

Die duif, plichtsgetrouw vloog stuk en eigenwijs door, kreeg helemaal geen adem en vloog verder. Uiteindelijk kwam hij aan bij de staf van het Franse en Britse leger, gaf de boodschap af en viel dood neer. Het arme beest was helemaal uitgeput, zijn longen verbrand door het gas en zijn oogjes kapot. Toch had hij zijn taak gedaan. Deze specifieke duif is het enige dier in de geschiedenis dat ooit militair onderscheiden is en heeft zelfs een graf in de bossen van Thiepval.

Wat mij het meest bijbleef aan dit verhaal was dat ik na afloop tegen Sander zei dat ik die duif maar een idioot vond, welke gek gaat er nu door gifgas vliegen, het beest kreeg toch geen adem.. Sander zei tegen mij ‘Rebecca, je kletst uit je nek’ (heb je daar zes jaar opleiding voor gevolgd?!) ‘Die duif kan prima zelf beslissen wat hij het waard vind om geen adem voor te krijgen, als hij dit belangrijk vond moest hij dat doen…” Ik keek eens naar Sander, ik keek eens naar zijn zuurstof tank en zei maar even niets.

Later heb ik nog ettelijke keren met Sander over oorlogen gesproken, bommen theoretisch ontleed en aanvals plannen bedacht maar ook over de andere dingen des levens. Ik weet zeker, ik ga mijn partner in oorlog heel erg missen.